Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

Wunderbaum en de Veenfabriek - The House

The House

Wunderbaum en de Veenfabriek - The House

Jan-Jasper Persijn

Wij stellen ons huis open. We nemen het mee, omdat we constant willen veranderen van uitzicht, van perspectief. Wij zijn moderne nomaden. De introductie verraadt meteen het hele opzet van wat voorafging aan de zaalvoorstelling: met een mobiel, op hun maat ontworpen huis trokken Marleen Scholten (Wunderbaum) en Lizzy Timmers (de Veenfabriek) de wereld tegemoet, de deuren wijd open, op zoek naar tegelijk alles en niets in het bijzonder. Dit mobiele huis vormde tegelijk uitgangspunt en materiaal voor de muzikanten, performers en beeldend kunstenaars die het onder hun curatorschap mochten bevolken. In de voorstelling die er verslag van uitbrengt, vertolken Marleen Scholten en Lizzy Timmers zelf de creaties die er uit voortgevloeid zijn. Het resultaat omschrijven zij zelf als een ‘eclectische open source performance’ die de ontmoeting van het huis met de wereld verhaalt in tekst, beeld en geluid.

De programmatie in een concertzaal eerder dan in een theaterzaal is meteen een zinvolle indicatie voor het te verwachten verloop van de voorstelling – dat is inclusief het rechtstaan, de pintjes, en de woorden ‘THE HOUSE’ geblokletterd in verkleurende neon. Het zelfgekozen etiket ‘eclectisch’ blijkt immers al snel een understatement voor de gedrochtelijke vorm die al te vaak het midden houdt tussen een schoolse eindejaarsshow en een hysterisch rockconcert, al beperkt de hysterie zich in dit geval tot het podium. Tegelijk moet het gezegd dat dit meteen ook een sterkte van de voorstelling is: de vormelijke vrijheid van de genodigde artiesten levert een verscheidenheid aan perspectief op, die steeds opnieuw kan verrassen zonder te vervallen in een loutere opeenvolging van afzonderlijk gemaakte stukjes.

Als kijker is het echter een hele opgave om voorbij de dominantie van zoveel vormelijk geweld te kijken en bij iets inhoudelijks aan te knopen. Hoewel de stukken thematisch bij elkaar gehouden worden, zijn ze toch heel verschillend van toon: een theoretische vertelling over de maatschappelijke rol van architectuur, kinderlijke verbeeldingen van ideale huizen en verhuizen, van buren en buurten – een enkele keer wordt het ook politiek. Aangezien alle muziek live gezongen wordt, zijn de beelden vaak bedoeld als een soort videoclip waarin dan begeleidend geplaybackt of gedanst werd. Evengoed echter, vaak in meer verhalende context, ligt de dominantie in de verhouding tussen beeld en muziek juist andersom, en wordt die laatste herleid tot soundtrack bij de projecties. Een nadrukkelijke rol is daarbij weggelegd voor de muziek van de Zweedse band The Knife. In die zin is de voorstelling dus niet veel meer dan de volledige titel al aangeeft: The House - een roadmovie met live popmuziek.

Hoewel het thema consequent wordt aangehouden, is het bij momenten onduidelijk welke deelnemende artiest wat precies gevraagd werd in zijn eigen taal te gieten, of wat nu eigenlijk de bedoeling of betekenis is van wat we te zien en te horen krijgen. Wordt de aandacht teveel afgeleid door de mateloze energie die het podium en hun eigen opwinding beide dames ontlokt, of ligt de nadruk teveel op hun eigen rol als curatoren, vast staat dat het inhoudelijk specifieke van het project zonder grondige uitdieping passeert. Het enthousiasme dat beide actrices aan de dag leggen om hun boodschap over te brengen, contrasteert op vele vlakken met de blijvende vraag wat die boodschap dan wel zou zijn. Gaat het er in de eerste plaats om duidelijk te maken hoe fundamenteel de waarde van een huis is, hoe vatbaar daarom voor utopische fantasieën? Draait het rond de idee van een artistiek project als sociaal-maatschappelijke samenwerking, als ‘open source’ gegeven? Is de performance zelf bedoeld als een voorstelling van het project, een soort making-of, een thematische oefening in perspectief? Doordat al deze ideeën rond en door elkaar bevraagd en uitgewerkt worden, verzandt The House in een niet altijd even heldere en oppervlakkige variatie op eenzelfde thema.

Gelukkig zijn beide actrices even getalenteerd als consequent, en slagen ze er in hun creatie helemaal te dragen op stemgeluid, verschijning en onuitputtelijk spelplezier. Dat maakt van The House, ondanks de schreeuwerigheid en weinig evidente vorm, een weldoordachte, maar grillig uitgesmeerde bespiegeling over wat het betekent een (t)huis te hebben.

Gezien op 25 oktober 2014 in Vooruit