Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

The Tip of the Tongue - Pieter De Buysser / ROBIN

© Danny Willems

The Tip of the Tongue - Pieter De Buysser / ROBIN

Jan Dertaelen

Hoe kwantumfysica de wereld kan redden

 

Pieter De Buysser koos het Planetarium van Brussel als het vertrekpunt voor een fenomenale reis. Na een tussenstop in de Zuid-Chinese Zee, leidt hij zijn publiek zowel naar de verste uithoeken van het universum, als naar het diepste middelpunt van de atoomkern. Het is een duizelingwekkende trip die niet ophoudt te fascineren.

 

Er tekent zich een duidelijke lijn af in het werk van Pieter De Buysser: de speelse vermenging van feit en fictie, de fascinatie voor protest en revolutie, het aftasten van fysieke en mentale grenzen. Ook in zijn nieuwe voorstelling The Tip of the Tongue laat hij zien waar hij goed in is: het helder begrijpelijk maken van complexe materie, het in elkaar vlechten van theoretisch inzicht en ongebreidelde fantasie, en bovenal het vertellen van een goed verhaal. Dat laatste laat zich niet gemakkelijk in enkele zinnen samenvatten. Na een lezing over de schrijfster Letizia Alvarez de Toledo (die enkel bestaat in een voetnoot van Borges), wordt De Buysser gekidnapt door twee wereldverbeteraars. Met een gekaapt schip brengen ze hem naar de Zuid-Chinese Zee, een gevaarlijk gebied waar de grootste draaikolken ter wereld voorkomen. Daar laten zijn ontvoerders zich met behulp van een draagbare deeltjesversneller transporteren naar een parallel universum dat zich bevindt in het puntje van De Buyssers tong. Geloof het of niet: dat is alleen maar de aanleiding om over te gaan tot een indrukwekkende uiteenzetting die het midden houdt tussen astronomie, kwantumfysica en filosofie.

 

De Buysser bewijst zijn kwaliteiten als schrijver in de soepele, geloofwaardige manier waarop hij dit fabelachtige verhaal vertelt. Het planetarium biedt daar een dankbare setting voor. Onvermijdelijk roept het referenties op aan de 19de eeuw en de publieke sensatie die wetenschap toen teweegbracht. Mensen verzamelden zich in aula’s, theaters en observatoria om er zich te laten verbazen door de wonderen van de vooruitgang. Wetenschap werd opgevoerd als spektakel, als entertainment dat inspeelde op de verwondering. De Buysser doet daar niet voor onder. Hij weet hoe hij zijn publiek moet laten duizelen. Geprojecteerd op de koepel van het planetarium schieten indrukwekkende beelden voorbij van sterren, zonnestelsels, magnetische velden en zelfs de babyfoto van de Big Bang. Hij maakt een beweging in twee richtingen: enerzijds richt hij de blik op het onafzienbare heelal, anderzijds toont hij hoe de structuren van dat heelal gespiegeld lijken in de moleculen en atomen waaruit een mens is opgebouwd. Tegelijkertijd openbaart hij de onmetelijke kleinheid én de onmetelijke grootheid van de mens, om vervolgens te tonen hoe het kleinste en het grootste intiem aan elkaar gelinkt zijn. Vertrekkend vanuit de snaartheorie verklaart hij moeiteloos het bestaan van parallelle universa, om triomfantelijk te besluiten: ‘het multiversum is in alles, en alles is in het multiversum.’

 

De Buysser wil nieuwe perspectieven openen. Hij wijst ons op de beperkingen van het menselijke denken dat niet uit zichzelf kan treden en onthult op die manier de relativiteit van onze denksystemen, onze maatschappelijke structuren en conventies. Bijna terloops laat hij het zich ontvallen: ‘geen revolutietjes meer in de straten.’ In die kleine opmerking schuilt de kerngedachte van de voorstelling. Om in deze wereld iets ten goede te veranderen, is protest in de straat niet voldoende. Er moet een volledige wijziging komen in het denken over onze plaats in de kosmos. Door te kijken naar de sterren verandert onze blik op onszelf. Het maakt een mens nederig en respectvol. Een theatervoorstelling die er op een lichtvoetige en toch uitdagende manier in slaagt alvast een duwtje in de goede richting te geven, verdient terecht alle lof. Alleen is het jammer dat De Buysser op het einde, alsof hij zichzelf ervan wil verzekeren dat de boodschap écht is aangekomen, snel nog aan het moraliseren slaat. ‘Waarom zijn er nog grenzen,’ verzucht hij, alvorens kort even stil te staan bij het onrechtvaardige feit dat er in deze wereld plekken zijn die sommigen zich toeëigenen en die voor anderen worden afgesloten. Het had niet gehoeven want op dat moment is de boodschap allang aangekomen. 

 

Gezien op 6 mei in het Brusselse Planetarium.