Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

In Koor! - Myriam Van Imschoot en Willem de Wolf

© Phile Deprez

In Koor! - Myriam Van Imschoot en Willem de Wolf

Mia Vaerman

Ongecompliceerd hoopvol: kan dat nog?

 

De vrolijkheid primeert in de eerste theaterproductie die Myriam Van Imschoot en Willem de Wolf samen maakten, maar tussendoor klinken behoorlijk sombere tonen. 'Dissonantie' noemen ze dat in de muziek: een samenklank die wringt. De makers namen dat concept als uitgangspunt voor de voorstelling.

 

Participatie is de inzet van In Koor!, een samenwerking tussen CAMPO, Cie. De Koe & KASK. Op scène hangen vierentwintig studenten en amateuracteurs een hele tijd rond: ze maken zich klaar voor de koorrepetitie, maar de koorleider en het begin laten bewust op zich wachten. Vierentwintig stoelen worden uitgezet, doorgeschoven, opgesteld, opnieuw verzet. Partituurmappen circuleren, notenladders worden geoefend, er is veel geroezemoes. De KASK-studenten doen mee op vraag van hun docent Willem de Wolf, voor de acteurs van 40+ tot 80+ werd een auditie uitgeschreven. Samen gooien ze zich op een cantate van Bach, of beter: we zien hen oefenen en proberen, we horen frêle pogingen en nog te ontdekken zangtalent. De mix van leeftijden onthult onverwachte gelijkenissen. Eenzelfde verlegenheid hier, een identieke stoerheid wat verder. De ene zoekt het in de samenhorigheid, de andere profileert zich individueel. Muurbloempjes en tafelspringers zijn van alle leeftijden.

 

Geen van de spelers op de scène hebben zangervaring, dus moest dirigent Jean-Baptiste Veyret-Logerias (een Fransman met wie Van Imschoot in Brussel al eerder samenwerkte) hen alles bijbrengen. Hij valt minder op door zijn helgele trui dan wel door de stereotype handelingen van een koordirigent: de bende stilhouden, opdelen per tessituur, aanleren per stem, nog en nog laten herhalen, het uitbundig gesticuleren, dat typische handgebaar om alles stil te leggen. Het moet een roeping zijn.

Koorzang is een cultureel fenomeen in Vlaanderen, we zijn er wereldwijd beroemd voor. Er zijn a-capellakoren en popkoren, er zijn gemengde koren, mannen- en vrouwenkoren, kinder- en jongerenkoren. Je hebt zelfs twee holebikoren ('Dissonant' en 'Mannenkoorts'). Het is een bij wijlen zeer mooie traditie (hef op een Vlaams familiediner maar eens Liefde gaf u duizend namen aan, en luister).

 

Maar performancekunstenares Myriam Van Imschoot treedt per definitie buiten elke format, en ook hier verloopt het ver van conventioneel. Missers, herhalingen en uitschuivers hebben nu eenmaal haar voorkeur, veeleer dan de afgewerkte hymne, '… want mensen zijn het kwetsbaarst wanneer ze iets (nog) niet kunnen wat ze zo graag willen'. Dus blijft de repetitie steken bij de aparte stemmen en het steeds opnieuw herbeginnen. Van de cantates krijg je enkel aanzetten te horen (en heel even een sublieme glimp van afheid): Komm, süßer Tod (1736) van Johann Sebastian Bach en Immortal Bach (1988) van Knut Nystedt (hedendaags componist die er een dissonant arrangement voor koor op componeerde). Het blijft bij een continue zoektocht naar harmonie. De koorleden geven niet op, en de toeschouwers blijven hunkeren. Een herkenbare metafoor voor het leven zelf.

 

Tussendoor wordt commentaar geleverd en blijmoedig misbaar gemaakt. Die commentaar is een compilatie van bedenkingen die Willem de Wolf neerschreef bij het hele koorgebeuren, Ze vormen een tweede laag die telkens herhaald wordt, als een reeks verzen uit een gedicht. Ook de tekst van de Wolf verbergt een donkerder denken achter zijn poëtische toon. Hij graaft dieper door in het thema van ‘het eeuwige begin’, met het bijhorende falen, overdoen, beter maken, nog en nog moed vatten om er telkens weer voor te gaan.

'Beginnende wijs, bestaat zoiets?' vraagt hij zich af. Net zoals de koorleden stem per stem de zangfrasen aanleren tijdens de voorstelling/repetitie, zo worden de zinnen woord voor woord door de acteurs uitgesproken, herhaald en aangevuld. Om beurten, alleen of samen. En evengoed hapert de inhoud, twijfelt het denken erin, worden illusies bloot gelegd.

 

De politieke ideeën die vaak aan de basis liggen van de Wolfs teksten (bij De Koe, maar ook al in zijn vroeger werk) maken hier plaats voor een meer existentiële invulling. Geen maatschappelijke inzichten, wel gemoedstoestanden zoals het o zo menselijk verlangen naar harmonie, inclusie, de zekerheid dat iets zal duren, en het zich afvragen of het nog kan: ongecompliceerd hoopvol zijn. Moeilijk, dus: in onze tijden zingt niets nog zonder een ondertoon van melancholie, dat is de gedachte die blijft hangen.

 

'We moeten heel naïef beginnen. We zijn naïef, dus moeten we zo beginnen', herhalen de zangers bezwerend. Maar met de woorden van een jong Afro-Amerikaans meisje dat bij het aantreden van Barack Obama uitriep: 'zoals wij ons nu voelen, dat gaat nooit meer weg' schuift de onweerswolk voor de jubelgezangen - wij weten alweer beter ondertussen... Willem de Wolf is een meester in het vastpinnen van diepe roerselen in achteloze uitspraken: zoals bij 'een derde generatie Pool – hoeveel moeten er dan nog zijn?' Of 'een filosoof, geen academicus'.

 

Tussen het zingen en praten door veren de acteurs op van hun stoelen, doen een aanzet om te vliegen, dansen de scène rond. Ritme domineert uiteindelijk de hele voorstelling, en trekt acteurs, zangers en publiek telkens weer terug mee in de feeststemming. Soms doet In koor! denken aan The Search Project van Tristero (een theaterproductie die Myriam van Imschoot regisseerde): in het trage verloop, het bewuste doen wachten, de kleine gebaren van niets zoals de vele wriemelende handjes die het spandoek uitrollen. Soms herken je er flitsen in van Wit (eerste deel van het drieluik De wederopbouw van het Westen van De Koe – de compagnie waar de Wolf acteert en schrijft): het verlangen naar een onbezoedeld begin, naar ongeschonden hoop. Dat zien samensmelten van beider artistieke signatuur is een al even mooie ervaring als wanneer je trekken herkent van elk van de ouders in een pasgeboren kind. Een talentvol kunstenkoppel is het.

 

Dat de repetitie nooit eindigt, dat er altijd weer herbegonnen moet en zal worden, heeft wel een mindere kant: de opvoering loopt wat lang uit. Dat ligt in de aard van de prent, en in de bedoeling zelf van de makers. En een tweede (kleine) dissonant: je kan ook een repetitie niet overdoen in zijn zuivere aanzet, je kan het repeteren alleen maar spelen. Naspelen. Dat voel je. Als volleerd acteur slaagt Willem de Wolf er zelf wél perfect in de illusie van absolute onbevangenheid telkens weer op te voeren. Maar amateurs en studenten zijn nu eenmaal beginnelingen: die moeten het nog leren. En daarmee belanden we terug bij waar we zijn … begonnen.

 

Gezien in Campo (Gent) op 20 april 2017 – speelt nog 21 mei in de Rotterdamse Schouwburg (Rotterdam), 4 en 5 augustus op Theater aan Zee (Oostende), op 21 september in het Kaaitheater (Brussel) en op 22 september in De Brakke Grond (Amsterdam).