Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

Democracy in America - Romeo Castellucci & Socìetas

© Guido Mencari

Democracy in America - Romeo Castellucci & Socìetas

Christophe Van Gerrewey

Democracy in America - Romeo Castellucci & Socìetas 

 

Democracy in America presenteert de evolutie van het politieke systeem in de VS als exemplarisch voor de manier waarop de westerse wereld geprobeerd heeft om de verhoudingen tussen individu en maatschappij in goede banen te leiden. Slaagt de verlichtingskritiek van Castellucci erin accuraat te reageren op de politieke ontwikkelingen van de laatste jaren? 

 

In 1835, na een reis door de in 1776 onafhankelijk geworden USA, publiceert de Franse historicus Alexis de Tocqueville De la démocratie en Amérique. ‘Het lijkt me,’ zo schrijft hij in de inleiding, ‘dat ik na terugkeer op ons halfrond iets onderscheiden heb dat analoog is aan het spektakel dat de Nieuwe Wereld me geboden heeft.’ Iets gelijkaardigs moet Romeo Castellucci gedacht hebben toen hij het plan opvatte een theatervoorstelling te maken op basis van de tekst van De Tocqueville. Democracy in America presenteert de evolutie van het politieke systeem in de VS als exemplarisch voor de manier waarop de westerse wereld, grofweg sinds de Middeleeuwen, geprobeerd heeft om de verhoudingen tussen individu en maatschappij in goede banen te leiden.

 

De voorstelling geeft de indruk dat dit niet goed gelukt is, en er is zelfs sprake van een romantische nostalgie naar een ‘natuurlijk’ bestaan dat door de moderniteit is verpest. De openingsscènes spelen zich af – kenmerkend voor Castellucci – achter een wazig scherm: nauwelijks te onderscheiden naakte lichamen waden door het water, alsof ze voor het eerst en na lange tijd land betreden. Op het scherm worden de namen van rivieren geprojecteerd, samen met getallen. Ook De la démocratie en Amerique opent op die manier: De Tocqueville beschrijft het ontstaan van de Verenigde Staten, en hij noemt nauwkeurig het aantal nederzettingen dat langs de oevers van de rivieren is ontstaan. Daarin lag de aantrekkingskracht van het Amerikaanse land voor Europese kolonisten en migranten: de vruchtbaarheid van de geïrrigeerde bodem.

 

Nadat het scherm is opgetrokken, en er een bijna lege witte scène is onthuld, voeren een man en een vrouw een gesprek – een boer en een boerin in de traditionele kledij van de settlers. De oogst is mislukt, de aardappelen zijn hard als keien, de kinderen moeten slapen om de honger niet te voelen, en ze kunnen niet elke dag ratten eten. De vrouw is wanhopig, en minder gelaten dan haar man; ze is geneigd haar geloof af te vallen, en ze begrijpt niet waarom God hen dit aandoet. ‘Vraag en er zal je gegeven worden,’ zo citeert haar man uit de Bergrede. Het is een zin die, zeker in deze context, katholicisme met kapitalisme cynisch verbindt: elk verlangen is terecht en het zal worden ingevuld – het volstaat om er naar te vragen. Dat is helaas niet waar, en de vrouw lijdt daar onder: ze hallucineert (of is het echt?) over een oude Indiaanse vrouw, die bezit van haar lijkt te nemen, waardoor ze tot afgrijzen van haar man de taal van de autochtonen begint te spreken. Er is sprake van een misdaad: de boerin heeft haar jongste dochter verkocht om zaden en werktuigen te kopen. Het kan niet anders of de gemeenschap waarin ze leeft moet een straf bedenken.

 

Dit is het centrale punt in Democracy in America, en eigenlijk in het oeuvre van Castellucci: het onvermijdelijke lijden van de individuele mens, en de meestal goedbedoelde maar helaas gebrekkige manier waarop de gelaïciseerde maatschappij aan dit lijden gevolg probeert te geven. Die langgerekte poging is natuurlijk niets anders dan het project van de Verlichting en van de moderne democratie, en met Democracy in America presenteert Castellucci een traditionele, pessimistische en uitgesproken Foucaultiaanse verlichtingskritiek. De poging van het westen om samenlevingsstructuren te bedenken die het individu respecteren, die macht eerlijk en transparant verdelen, en die proberen om door ellende getekende mensen te helpen, leidt meteen tot bureaucratie, machtsmisbruik, vervreemding, individualisme, egoïsme en onvrijheid.

 

De boerenvrouw wordt verstoten: ze verplaatst zich helemaal naar het begin van de scène, en vervolgens zakt het scherm naar beneden. Daarachter treden de zowel komische als angstaanjagende instituties in werking, op een vormelijk complexe en intelligente manier: groepen identiek gekostumeerde mensen die collectieve choreografieën uitvoeren (vrij geïnspireerd, aldus de brochure, op traditionele volksdansen uit Albanië, Griekenland, Botswana, Engeland, Hongarije en Sardinië), en die ondertussen bedenken wat ze met de misdadige, twijfelende, wanhopige en dus problematische vrouw moeten aanvangen. Uiteindelijk wordt ze weer door het collectief opgeslokt, en verdwijnt ze achter het scherm; achtereenvolgens zal zij het middelpunt worden van de volksdansen, het slachtoffer maar soms ook het idool. Op het scherm worden ondertussen de namen van wetten en veldslagen geprojecteerd, voornamelijk uit de achttiende eeuw, uit de pionierstijd van de Verenigde Staten, waarin (verondersteld voorgoed) respectievelijk werd neergeschreven en bevochten hoe de mens afzonderlijk en alle mensen samen zich zouden moeten gedragen.

 

Wat volgt in Democracy in America is de opvallend esthetische ontaarding en ontregeling van dat proces. Castellucci toont fantastische taferelen, even bevreemdend als wat ze verbeelden. Een toppunt is de auto die door een groepje mensen over het podium wordt gerold, terwijl een dreigende, mechanische soundtrack weerklinkt. Zo wordt de industriële productie geïntroduceerd, en dus – letterlijk – het fordisme, als afscheid van de landbouweconomie en de intrede van de consumptiemaatschappij: ‘Vraag en er zal je gegeven worden’. De geprojecteerde gebeurtenissen en jaartallen worden steeds absurder, tot ook de meest banale feiten vermeld worden (in 1968 valt bijvoorbeeld een man uit een boom), waarvan het collectieve belang ver te zoeken is, als het al zou bestaan. Het scherm gaat weer omhoog; de dansers, met een vlag met één letter in hun handen, vormen woorden op scène – eerst DEMOCRACY IN AMERICA, maar daarna ook COCAINE ARMY MEDIOCARE of DECAY CRIME MACARONI. De letters en de woorden zijn betekenisloos geworden, en wat voor democratie moet doorgaan is een schitterende grap die evenwel geen pointe kent.

 

Democracy in America besluit zoals het begon: met een dialoog, ditmaal tussen twee autochtone Indianen, die zich afvragen of ze zich het Engels – de taal van de kolonisten en van de onderdrukkers – meester moeten maken, om gaandeweg, al pratend, te beseffen dat ze die keuze niet eens kunnen maken. Het is een passende conclusie van een zwartgallige voorstelling, waarmee indrukwekkend wordt gesuggereerd dat de Westerse wereld er sinds de achttiende eeuw weinig van terecht heeft gebracht, hoewel het om een collectieve mislukking gaat die wel degelijk op schoonheid aanspraak kan maken. Democracy in America is ontwikkeld voorafgaandelijk aan de verkiezing van Trump, zo benadrukken de makers met klem in interviews. En inderdaad is het nog maar de vraag hoe de verlichtingskritiek van Castellucci, die haast ouderwets twintigste-eeuws aandoet, een goede reactie kan zijn op de politieke ontwikkelingen van de laatste jaren. Dat onze moderne instellingen, democratieën, instituten en rechtssystemen niets meer dan ondoorgrondelijke vergissingen en geweldige wantoestanden zijn – is dat niet een boodschap die helaas alomtegenwoordig is geworden?