Redactioneel: Met mijn tante naar het theater
29/09/2009 09:59
Engels toneel kan heel bijzonder zijn. Wie ooit in Londen in Shakespeare’s Globe – de reconstructie aan de Thames van een zestiende-eeuws Elisabethaans theater – een stuk van de Bard zag, zal het niet licht vergeten. Je zou denken dat wat je daar te zien krijgt een stoffige poging tot reconstructie van een oude praktijk is, een soort Bokrijk voor het toneel dus. Niks daarvan. Shakespeare komt er tot leven alsof de stukken vandaag geschreven zijn. Veel heeft te maken met het feit dat je ze te zien krijgt in de opstelling waarvoor ze oorspronkelijk werden gecreëerd. Ze worden er zoveel helderder door. Maar het heeft ook te maken met métier, met een lange traditie in de omgang met de teksten, en met ensemblespel. Dat missen wij hier wel eens.
Anderzijds: het Engelse theater is vaak toch ook wel heel erg toneel. We kunnen niet zeggen dat we er een band mee hebben. Hoeveel Engelse theatergroepen zijn met regelmaat op de Vlaamse podia te zien? Juist,
Voor frontman
Nog vreemder moet het hem aandoen dat hij ook nog eens bij de opening van Het Theaterfestival de verzamelde Vlaamse theaterwereld mag toespreken.
Etchells windt er geen doekjes om. Zo schrijft hij dat hier bij ons, ‘in tegenstelling tot waar ik vandaan kom, binnen de podiumkunsten een ruimte werd gecreëerd waarbinnen zeer verschillende soorten werk elkaar ontmoeten, naast elkaar kunnen bestaan en samen van (meer)waarde zijn.’ Hij noemt daarbij zowel het traditionele theater als vernieuwende kunstenaars als diegenen die eerder met performancetheater bezig zijn.
Het is niet slecht om van een buitenstaander nog eens te mogen horen dat wat wij hier sinds de jaren tachtig allemaal zo vanzelfsprekend zijn gaan vinden niet overal zo vanzelfsprekend is.
In de aanloop naar Het Theaterfestival viel in de pers te lezen dat het theater is vervreemd van de goegemeente. (Wie dat precies mag zijn, werd bij mijn weten nog nooit gespecificeerd.) De selectie van de festivaljury zou bovendien van dien aard zijn dat het moeilijk is om er je tante mee warm te krijgen voor het theater. Kortom, wat in de marge van het bestel thuishoort, zit in het centrum. En daarom gaan ‘de mensen’ niet meer naar het theater.
De vraag is evenwel: met welk doel wil je je tante meenemen naar het theater? Opdat ze voor haar geld goed zou worden geëntertaind? Eens goed kan lachen dan wel ontroerd geraken? Het is een legitieme reden. Maar dat theater kent ze ongetwijfeld al. Theater kan ook nog iets anders zijn. Uitgerekend dat theater is het waarop de jury van Het Theaterfestival heeft ingezet.
We leven in een complexe tijd, en daarbij hoort complex theater. Geen theater dat je als toeschouwer ondergaat, maar een theater waarin je wordt uitgedaagd. Dat niet wegvlucht van de complexiteit, maar je integendeel vraagt om er mee om te gaan. Niet alleen daarbuiten, in het zogenaamde echte leven, maar ook in de theaterzaal.
Toen ik goed twintig jaar geleden voor het eerst
Iedere toeschouwer zal die vraag voor zichzelf moeten beantwoorden. Theater is niet iets dat buiten het leven staat, het maakt er als zoveel andere dingen gewoon deel van uit.
johan reyniers
