Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

Dounia Mahammed - Salut Copain

Dounia Mahammed - Salut Copain

Jan Dertaelen

Dounia Mahammed - Salut Copain

  

Gezien op 29 juli, Theater Aan Zee, Oostende

 

 

Tussen de muren van het lege, witglanzende zwembad klinkt een schuchtere stem. 'Gaat het?' En dan, vertwijfeld: 'Hoe gaat het?' Ze staat daar alleen, in het zwart gehuld, klein en kwetsbaar te midden van het blinkende wit van het leeggelopen bassin: Dounia Mahammed, dit jaar afgestudeerd aan KASK met haar voorstelling Salut Copain. Ze nodigt ons uit tot haar wonderlijke universum en trekt ons een wereld binnen van ongerijmdheden, van verwarde ontmoetingen, absurde situaties en onbegrijpelijk gedrag. Een wereld die niet spoort, die ons in al zijn facetten verbaast, en waarvan langzaam duidelijk wordt dat het de onze is.

 

De voorstelling is van een ontwapenende eenvoud. Met het hoge, onschuldige stemmetje en de onderzoekende blik van een kind kijkt ze het publiek recht in de ogen en beschrijft ze de wereld die ze om zich heen aanschouwt. Ze spreekt over mensen die hun gezicht verliezen, die uit elkaar dreigen te vallen, die zomaar verdwijnen. In enkele rake zinnen doet ze je verwonderd stilstaan bij het feit dat sommige dingen bestaan, andere hebben bestaan, en nog andere ooit zullen bestaan. Het feit dat iedereen een naam heeft, of dat iedereen nu en dan weleens gaat zitten, is even absurd en tegelijk even normaal als een metrowagon waarin iedereen zomaar begint te huilen. Ze onthult een wereld waarin het wonderlijke als vanzelfsprekend en het normale als absurd worden beleefd, waarin iedereen roept naar onbestaande duiven maar het verboden is om in hoeken te gaan staan, waar mensen zich zo verdiept hebben in geheime talen dat ze hun eigen moedertaal vergeten zijn en het niet langer mogelijk is met elkaar te praten. Maar dat laatste is niet erg want 'praten over vroeger is verboden'.

 

De beeldentaal is geïnspireerd op die van de Russische schrijver en avant-gardist Daniil Charms. Onder het juk van de opkomende Sovjet-dictatuur schreef hij een wonderlijk oeuvre bij elkaar van paradoxale, absurde verhalen en gedichten. Elk van zijn creaties was een poging om via de schok van het absurde tot een beter begrip van de realiteit te komen. Mahammed heeft hetzelfde doel voor ogen: met haar bevreemdende verhalen en anekdotes slaagt ze erin een zuiver licht te werpen op de werkelijkheid. Door de wereld te ontdoen van zijn alledaagse betekenissen en vanzelfsprekendheden, wordt er iets anders zichtbaar: de kwetsbaarheid, de willekeur en misschien zelfs de bespottelijkheid van al onze systemen en conventies. Ons gedrag, onze routines en rituelen, heel de inrichting van ons leven en de onverzettelijkheid waarmee we ons eraan vastklampen, worden onthuld als lukraak en in wezen bizar. Ze spreekt met de puurheid van het kind dat ziet dat de keizer naakt is. Ze velt geen oordeel: ze bericht over de wereld die ze aanschouwt, en die wereld is een voorturende bron van verwondering. Voorzichtig laat ze op die manier een welwillende mildheid ontwaken, een innige tederheid voor het kleine dat ons omringt, en voor de mens die te midden van een onbegrijpelijke wereld onzeker om zich heen tast. Wat ze bovenal met Charms gemeen heeft: dat het absurde niet per se choquerend hoeft te zijn, maar dat het een onverwachte liefde kan openen voor alles wat is. Op die manier toont ze ons hoe futiel het wantrouwen is dat wij soms koesteren tegen de wereld, en dat die wereld minder een plek is om te vrezen, dan om in zijn vreemdheid te omarmen.

 

Opvallend is de literaire maturiteit van de tekst, die stilistisch bijzonder toonvast is en voortdurend het evenwicht weet te behouden tussen lichtheid en tragiek, elegant laverend tussen verbazing, ontreddering en naïviteit. 'Water wil ik zijn,' klinkt het. Waarom? Omdat water transparant is, omdat het moeiteloos zijn weg vindt, omdat het zich met het grootste gemak kan aanpassen en nooit moet kiezen. En ze besluit met de meest wonderlijke eigenschap: als twee glazen water worden samengevoegd, is het achteraf onmogelijk nog te achterhalen welk water welk is. Zo ontstaat langzaam, opdoemend uit de werveling van absurde anekdotes, het beeld van een jonge vrouw die zich in de wereld staande probeert te houden, die zoekt naar de samenhang tussen de dingen en nadenkt over haar plaats in het grote ruisen van de tijd. Haar zoektocht werkt zo aanstekelijk, dat je je als toeschouwer uit jezelf opgetild voelt worden. Mahammed biedt je de kans om van op grote hoogte op deze wereld neer te kijken, en daarbij een soms pijnlijke, soms blije verwondering te voelen. Want zonder echte vragen te stellen heeft ze alles in vraag gesteld.

 

Dounia Mahammed is jong maar niet naïef. Ze verrijkt het theaterlandschap met een intrigerende, verfrissende en ontroerende stem. Het valt alleen maar te hopen dat ze alle kansen krijgt die ze verdient.

 

Nog van 2 tem 5 augustus op Theater aan zee