Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

De wetenschap van de idioot

Johann Le Guillerm, Secret © Philippe Cibille

De wetenschap van de idioot

Bauke Lievens

De wetenschap van de idioot

 

Een portret van circuskunstenaar Johann Le Guillerm

 

Traag maar gestaag baant het hedendaagse circus zich een weg in het podiumkunstenlandschap. Met voortschrijdend tactisch inzicht lijft het soms lukrake, dan weer zorgvuldig gekozen elementen uit theater, dans en performance in. Andersom slagen sommigen erin om bestaande (podium)kunstenpraktijken open te breken door ernaar te loeren door de kijkgaten van het circus. Een van de verkenners in die voorhoede is de Bretoense circusartiest en beeldend kunstenaar Johann Le Guillerm.

 

Verborgen tussen de vreemde exotische flora van 
de Jardin d’Agronomie Tropicale, in een oostelijke buitenwijk van Parijs, staat Johann Le Guillerms laboratorium: een enigszins vervallen schuur die de gemeente Vincennes hem sinds enkele jaren gratis laat gebruiken. Le Guillerm spreekt zelden over zijn werk, laat staan dat hij iemand toelaat in de intimiteit van zijn werkruimte. Hij spreekt bedachtzaam, met lange stiltes. Zijn blik is gefixeerd op het tafelblad of ergens in de ruimte ver boven mijn hoofd. Op de werkbank en in de rekken van het atelier staan verkreukelde schetsen, schelpen, gedroogde planten, gipsen afgietsels, zelfontworpen gepolierde vormen in klei en houten mechaniekjes. Al die objecten figureren in de reizende expo L’Observatoire. Samen vormen ze een manier
van kijken, ofwel “een grammatica van de beweging, veruitwendigd in de metamorfose van materialen”. L’Observatoire is een inzage in Le Guillerms sciènce d’idiot, de zelfverzonnen wetenschap van “hij die
 niet weet maar die probeert te weten”, die als een 
rode draad door zijn oeuvre loopt.

 

Johann Le Guillerm werd geboren in een gezin van beeldend kunstenaars. Hij was bij de eersten die afstudeerden aan het CNAC (Centre National des Arts du Cirque) in Chalons-en-Champagne, een krachtige katalysator van de Franse circusrevolutie aan het eind van de jaren 1980. Die positie werd ondertussen enigszins ondermijnd, mede door de professionalisering van het Scandinavische circus(onderwijs), maar toen Le Guillerm in 1994 afstudeerde als koorddanser en het nomadische tentcircus Cirque O oprichtte, waren er nog geen kapers op de kust van het Franse circuswonderland. Vijf jaar later maakte hij de bejubelde solo Où ça?, en ook al beoefende hij daarin eerder traditionele circusdisciplines zoals koorddansen en jongleren, toch tekende zich al het begin van een eigen poëtica af. Het circus is voor
 Le Guillerm eerst en vooral een ruimte. Geen virtuoze fysieke praktijk dus, maar wel de natuurlijke, cirkelvormige architectuur die ontstaat wanneer mensen samentroepen rond een uitzonderlijk fenomeen. In de cirkel van de piste kunnen deze “minoritaire fenomenen” getoond en bekeken worden vanuit verschillende points de vues: gezichtspunten, zienswijzen of standpunten. Het circus biedt zo, aldus Le Guillerm, een caleidoscopisch alternatief voor het frontale kijken van het theater dat slechts ruimte biedt aan één standpunt.

 

Nieuw evenwicht

 

In 2000 vertrok Le Guillerm op wereldreis, op zoek naar minoritaire samenlevingen. Hij werkte onderweg met dove en blinde kinderen, kinderen met een beperking en jonge oorlogsslachtoffers. Zo spande hij zijn koord letterlijk “tussen hen en mezelf” en creëerde op die manier situaties waarin de notie van fysiek en mentaal evenwicht aan den lijve wordt ondervonden, onderzocht en bevraagd. Zo werkte hij een aantal weken in een orthopedisch centrum in Conakry (Guinee), waar vluchtelingen uit Sierra Leone herstelden van hun oorlogswonden. Kinderen wachtten er op prothesen of leerden opnieuw lopen — hun houding was vaak gebogen en ineengedoken. Gek genoeg leidde de poging om het onevenwicht van het koord te overwinnen tot een vernieuwd evenwicht en een ander soort verticaliteit in hun lichamen.
Toen Le Guillerm in 2001 terugkeerde van zijn wereldreis, formuleerde hij een aantal premissen.
 Een: alles — inclusief het denken — is steeds in beweging en in onevenwicht. En twee: de mens heeft steeds het verlangen om datzelfde denken vorm te geven en 
te ‘fixeren’ in een momentaan evenwicht, zodat we er vanuit verschillende posities naar kunnen kijken. Hieruit volgen een aantal vragen. Wanneer is iets in evenwicht? Wanneer transformeert iets? En op welke manier verstoort de manier waarop we naar iets kijken de vorm ervan en het evenwicht waarin het zich bevindt?

 

Op zoek naar een antwoord op die vragen begon 
Le Guillerm in 2001 onder de naam Cirque Ici aan een groots project waaraan hij nog steeds werkt: Attraction. Genoemd naar de aantrekkingskracht die een uitzonderlijke praktijk uitoefent op het kijken, is Attraction ondertussen de overkoepelende naam voor zijn hele oeuvre of praktijk geworden. Le Guillerm probeert een blik van 360 graden te ontwikkelen op fysische verschijnselen zoals zwaartekracht, (on)evenwicht en beweging. Dat doet hij met strategieën die hij ontleent aan de beeldende kunst, de (pata)fysica en de installatie- en podiumkunsten. In de schijnbare naïviteit waarmee hij moeiteloos van het ene domein naar het andere switcht, ontvouwen zich de impliciete aannames waarop zowel de wetenschappen als de kunsten gebouwd zijn. Waarheidsclaim en verbeelding vervlechten zich steeds verder tot een ‘zienswijze’, die blootlegt hoe ook het kijken zelf invloed uitoefent op de gedragingen van het bestudeerde fenomeen.

 

Alchemist

 

Met de nodige Franse kunstenaarsromantiek vertelt Johann Le Guillerm hoe hij te werk gaat “als een alchemist. Ik vertrek van empirische bevindingen. Ik heb een idee, bouw een maquette en stel die vervolgens bloot aan de realiteit, bijvoorbeeld aan de zwaartekracht. Binnen die beperkingen probeer ik de mogelijkheden van het object te ontwikkelen.” Vervolgens worden die maquettes aangepast en op grotere schaal, met meer solide materiaal gebouwd. Zo ontwikkelde Le Guillerm Les Imaginographes — mechanische installaties in een interactieve expo — waarmee toeschouwers de gedragingen kunnen observeren van datgene wat zich in het brandpunt in de cirkelvormige espace d’attroupement bevindt: het punt. Ook Les Imperceptibles werden op die manier gemaakt: een reeks geanimeerde sculpturen die zich verplaatsen aan de hand van onzichtbaar en natuurlijk gegenereerde beweging. In Secret 2, een van de twee voorstellingsluiken van Attraction, figureert bijvoorbeeld Le Tractochiche: een kleine kar in de vorm van een abstracte locomotief. Binnenin zitten een heleboel kikkererwten die tijdens de voorstelling via een trechter met warm water worden overgoten. Het trage zwellen van de kikkererwten zet een intern radarwerk in gang, waardoor Le Tractochiche langzaam gaat bewegen. Ook La Motte is een “uitzonderlijk fenomeen” dat Le Guillerm ontwierp: “een plantaardige futuristische planeet met een diameter van 2,5 meter”, ofwel een grote bol begroeid met mosachtige plantjes die heel traag een parcours aflegt dat op voorhand op de grond werd getekend.
 Net zoals deze “poëtische machines” schrijft ook Le Guillerms meer architecturale werk zich in in het utopische avant-gardeidee van het zelfdragende, natuurlijke en reizende bouwwerk. In La Transmutante (gecreëerd voor La Villette in 2014), een buitenmaats mikadospel waarin 10 manipulatoren 154 lange houten planken acrobatisch samenbinden met dik touw, ligt de nadruk op het proces van het bouwen zelf. Les Architextures — sinusoïde, conische en helicoïde houten bouwwerken die de contouren van het landschap waarin ze staan accentueren en uitdagen — bevragen dan weer onze perceptie van de omgeving waarin we leven.

 

De sjamaan en de verbindingsofficier

 

Verschillende van Le Guillerms creaties vonden hun weg naar zijn voorstelling Secret, die dus al twaalf jaar lang aan verandering onderhevig is. Op dit moment bestaan er twee luiken: Secret 1 en Secret 2, allebei met de opzet van een traditioneel circus, een cirkelvormige piste, een circustent en Le Guillerm die zijn zelfontworpen objecten en installaties temt en manipuleert. Ook dramaturgisch herinnert Secret aan de nummerstructuur van het traditionele circus, maar dan zonder spreekstalmeester of parade. Als een wereldvreemde en tijdloze sjamaan met spitse metalen klompen en een enkele lange vlecht staat Le Guillerm in de piste. Hij toont er niet de eigenschappen van zijn virtuoze lichaam, maar wel de kwaliteiten en het gedrag van zijn bizarre objecten. Iconisch in de circuswereld is bijvoorbeeld het nummer waarin hij een soort abstracte onderrok ‘berijdt’ die gemaakt is uit metalen pinnen. Ook het meer architecturale werk (zoals LaTransmutante) heeft een plek in Secret 2, al is Le Guillerm hier de enige manipulator van het mikadospel.

 

In maart 2017 ging Le Pas Grand Chose, waarin Le Guillerm voor het eerst tekst gebruikt, in première in de Franse stad Caen: een bevreemdende lecture- performance waarin hij de toeschouwer doorheen zijn “wetenschap van de idioot” gidst aan de hand van een resem knullige experimenten. Hij doet dat met een schijnbaar wetenschappelijk jargon en een parodiërend ‘wetenschappelijke’ manier van spreken. Le Pas Grand Chose reveleert ook de keerzijde van Le Guillerms poëtica. Terwijl in Secret de focus op de uitzonderlijke fenomenen en objecten soms al vertroebeld werd door een te hoge inzet op de vermeende sjamanistische kwaliteiten van hun dompteur, verschuift die nu helemaal naar de persona van de manipulator. Plots zijn het niet meer de fascinerende fenomenen die in het middelpunt van de aandacht staan, maar wel Le Guillerm zelf.

 

Toch blijft hij een van de avontuurlijkste verkenners in de voorhoede van de veelheid aan circuspraktijken die zichzelf ‘hedendaags’ noemt. Gek genoeg doet
 hij dat net door — weliswaar op een fascinerende manier — terug te keren naar de ‘wortels’ van het circus: een plek waar het bizarre, het nieuwe en het exotische worden getoond. Hij biedt zo een alternatief voor het merendeel van de hedendaagse circuspraktijk, die vooral gericht is op het herhalen van een weliswaar virtuoos, maar reeds bestaand en gekend repertoire aan kunstjes, disciplines en objecten zoals de trapeze, het doek en de jongleerballen. Die canonisering belemmert niet alleen de zeggingskracht van het hedendaagse circus, maar ook zijn subversieve potentieel. In de herhaling van wat al bestaat worden immers niet alleen steeds dezelfde vormen opgevoerd, ook de inhoud blijft onveranderd: een defilé van perfect gedisciplineerde
en gedresseerde lichamen die het statuut bevestigen van de moderne mens als supermens. In het circus van Le Guillerm gaat het niet om de maîtrise van een ondertussen gangbare praktijk, maar om het verzinnen van bizarre kijkwaardigheden. Op die manier geeft hij het circus een stukje van zijn subversieve kracht terug: als plek waar je kunt kijken naar fenomenen die niet alleen verbazen, maar die ook bevreemden.

 

De citaten werden ontleend aan een reeks gesprekken die Bauke Lievens voerde met Johann Le Guillerm in het kader van het vierjarige onderzoeksproject ‘Between being and imagining: towards a methodolgy for artistic research in contemporary circus’, gefinancierd door KASK School of Arts (Gent).

 

 

Bauke Lievens is dramaturge en circusmaker. Tevens is ze verbonden als docent en onderzoeker aan de Opleiding Drama van KASK School of Arts en is ze
lid van de grote redactie van Etcetera.