Etcetera Magazine. Tijdschrift voor podiumkunsten.

David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS - Para

David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS - Para

Jasper Delbecke

 

David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS - Para

Gezien op 3 december 2016 in KVS Brussel

 

 

Para, een saluut dat om mededogen smeekt

 

Al negen jaar gaat Bruno Vanden Broecke de baan op met Missie (David Van Reybrouck, Raven Ruëll & Bruno Vanden Broecke / KVS) waarin hij gestalte geeft aan missionaris Grégoire Vanneste. Het is een beklijvende monoloog waarin de Witte Pater terugkijkt op zijn leven en werk in ‘de Congo’. Met Para (2016) levert datzelfde trio nu een voorstelling af die de tanden zet in een vergeten hoofdstuk van de Belgische geschiedenis: de grootschalige militaire vredesmissie in Somalië in 1992-93.

 

Para is net zoals Missie een monoloog die start als een lezing. Bruno Vanden Broecke speelt Nico Staelens, een ‘rode baret’ van het derde bataljon uit Tielen, die twintig jaar na datum lezingen geeft over het-leven-zoals-het-was op missie in Somalië. Wegens het gebrek aan boeken, documentaires of speelfilms gaat hij maar zelf de baan op om zijn verhaal te vertellen in groezelige parochiezalen en duffe klaslokalen. De ex-para, die nu door het leven gaat als turnleraar, hekelt de collectieve amnesie in België. Iedereen lijkt de honger, de gevechten, de ellende en de verwezenlijkingen van ‘de belgskes’ vergeten te zijn. Live Aid, Bob Geldof en We Are The World, dat is Soedan. Wie ‘Rwanda’ zegt, denkt aan de tien Belgische para’s die in een dodelijke hinderlaag werden gelokt. Bij ‘Somalië’ gaan amper belletjes rinkelen. Alleen de foto van twee Belgische blauwhelmen die een kind aan handen en voeten boven een brandend vat houden, en die van de para die urineert op een Somaliër, kunnen sommigen zich nog herinneren.

 

Staelens begint zijn uiteenzetting nogal zakelijk, alsof het om een militaire briefing gaat. Binnen het kader van een internationale vredesoperatie kregen onze VN-Blauwhelmen begin de jaren 1990 de taak om de wapens in Somalië te doen zwijgen, de regio te ontwapenen en de vrede te handhaven. Met behulp van een powerpoint vertelt de ex-sergeant over het handvol militairen dat hij onder zijn hoede had, hun uitrusting, de taken die ze moesten uitvoeren en de grappen die ze met elkaar uithaalden. Beelden van de witte UNIMOG-truck, waarin de Belgen volgens hem leken op een ‘rijdend smurfendorp’, en het indrukkende wapenarsenaal dat ze in hun bezit hadden, passeren de revue. Vanden Broecke, het haar achteruit gekamd, met stevige schoenen en spannend shirt, is de  rasacteur en meesterverteller, die net zoals in Missie op onnavolgbare wijze gestalte geeft aan zijn personage. De formele toon waarop hij het over het ‘officiële’ gedeelte van de missie heeft, verwatert wanneer hij begint te vertellen over de harde training in Marche-les-Dames. De officiële ceremonie waar de kersverse para’s hun dolkinsigne mochten opspelden en hun vilten baret mochten opzetten, werd voorafgegaan door maanden van geroep, gebrul en ontbering zoals we die kennen uit Stanley Kubricks rauwe oorlogsepos Full Metal Jacket. Net zoals in die prent gunt de bloeddorstige drilmeester de rekruten geen moment van rust. Staelens heeft het ook over de vriendschappen die werden gesloten tussen jongens vanuit verschillende hoeken van het land, die allen hun kinderdroom om paracommando te worden, wilden waarmaken.

 

Naar aanleiding van het theaterstuk Missie rezen, ondanks het monstersucces, ook wat vragen op. Critici verweten Van Reybrouck onvoldoende kritisch met het koloniale gedachtengoed van Witte Pater Grégoire Vanneste om te gaan. In Missie kregen we enkel die ene blanke westerse stem te horen. De authenticiteit die Vanden Broecke wist op te roepen met zijn vertolking had volgens critici een schaduwkant: door de gevoelens van empathie voor de pater geraakte een kritische bevraging van zijn denken en handelen ondergesneeuwd. Missie was voor velen een bevestiging en een bestendiging van de westerse paternalistische houding tegenover andere culturen. Zij zagen Missie als een gemiste kans om die bladzijden van de Belgische geschiedenis te herschrijven.

 

Van Reybrouck laat in Para wel meer ruimte om de ‘universele westerse waarden en normen’ die aan de basis lagen van de operatie te bevragen. Hij zet de complexe tragiek van de internationale VN- ‘vredesoperaties’ in de verf. In Para krijgen het onvermogen van de Belgische manschappen, de losse grond waarop de nobele intenties waren gebouwd, en de ‘smerige praktijken’ ook een plaats. Nico Staelens vertelt hoe tijdens de vele uren wachtlopen en patrouilles in de verzengende hitte, zijn idealen smolten als sneeuw voor de zon. Het contact met de lokale bevolking verliep stroef. In een poging om een blikje cola af te troggelen, schelpjes te verkopen of uit pure verveling, stonden de Somaliërs de hele tijd aan de hekken van het base-camp. Kleine pesterijen vergleden al snel in het stelen van de Belgische rantsoenen, brandstof, en het meest dierbare bezit van een militair op missie: post van het thuisfront. De ex-sergeant vertelt hoe hij vanuit de geïmproviseerde controlepost lijdzaam moest toezien hoe een Somalische tiener een Belgisch postpakket openscheurde en het door zijn vrouw opgestuurde teddybeertje bespuwde en erop urineerde. Zijn vinger was slechts een aantal millimeter van de trekker verwijderd. In een vingerknip kon Staelens een eind maken aan het getreiter.

 

De combinatie van pesterijen van de lokale bevolking en de verveling die het derde bataljon uit Tielen vaak overviel, vormde destijds de aanleiding om op het hoofd van een gesneuvelde Somaliër te urineren, een legerlaars op het hoofd van een dode Somaliër te plaatsen, en een jongeman boven het kampvuur te roosteren. Staelens haalt de feiten aan in een van zijn powerpointslides. De foto’s en berichten die naar België doorsijpelden over het gedrag van een aantal militairen wierpen meteen een donkere schaduw over de hele vredesoperatie. Staelens’ echtgenote spreekt in een brief aan haar man over haar ongeloof, woede en wantrouwen. Voor een tweede keer krijgen de idealen en goede bedoelingen van de ex-militair een stevige knauw. Hij begint te wankelen.

 

In Missie bleef het westers perspectief overeind staan, in Para brokkelen de ‘westerse zekerheden’ stelselmatig af. Staelens heeft het over de twijfel die al snel toeslaat over het opzet en de invulling van de missie. Zijn persoonlijke, ethische vragen krijgen in Para een centrale plaats. Net zoals Captain Willard uit Apocalypse Now, vertelt de ex-sergeant over de excessen die de chaotische situatie in Somalië genereerden, én waar hij uiteindelijk ook aan deelnam. Zo gebeurde het dat hij tijdens een ondervraging tabasco in de wonde van een Somaliër goot. De gruwelen waarvan verslag wordt gedaan, vertalen zich ook op scenografisch vlak. Wanneer Staelens vertelt over de hinderlaag waarin zijn peloton terechtkwam, weerklinkt plots een enorme explosie. De houten vloer waarop hij zijn lezing geeft, verandert op slag in een Somalisch kerkhof. De man moet zich een weg banen door de houten planken die overal op de scène zijn rond gestrooid. Op de achtergrond zien we de laatste restanten van de UNIMOG-truck, versierd met de vangsten van een wild jachtfestijn.

 

Voor de buitenwereld blijven de militairen die zich met deze wandaden hebben ingelaten, varkens. Staelens blijft tot op vandaag worstelen met zijn verderfelijke daad. “Goede bedoelingen, da’s een smerige affaire”, werpt Vanden Broecke’s personage ons ietwat laconiek en ironisch voor de voeten. Hij riskeerde zijn leven voor een land waar hij geen belangen had te verdedigen. Eenmaal terug thuis, liep zijn huwelijk op de klippen. Zijn dochter herkende hem nauwelijks. En als het achteraf in eigen land over Somalië ging, overschaduwden de excessen de verwezenlijkingen van de Belgische troepen, ook al waren die kleine verbeteringen maar van korte duur. De torenhoge ambities van de militaire top stonden in schril contrast met de magere mentale voorbereiding van de rekruten. De jonge paracommando’s waren voorbereid om de Russen over de Rijn te duwen maar niet om de uitzichtloze situatie van Somalië te veranderen. Door al deze facetten en perspectieven in de tekst te verwerken getuigt Para van een groter vermogen tot zelfkritiek over het westers denken en handelen dan dat het geval was in Missie. Omwille van die reden zien het trio Vanden Broecke – Ruëll - Van Reybrouck Para niet als een evaluatie van het geopolitieke schaakspel dat toen werd gespeeld maar eerder als een oefening in empathie. Zelf sprak Van Reybrouck in aanloop naar de première van een ‘geopolitiek van het geweten’. Is het mogelijk om mededogen te voelen voor een personage die een gewonde man heeft gefolterd? Kan je een toeschouwer meenemen in een fictieve wereld waarin hij zich de vraag stelt of hij in dezelfde situatie ook zou martelen? Welk oordeel vellen we over mensen die berouw tonen over hun gedrag van twintig jaar geleden? Die vragen lagen voor Van Reybrouck aan de basis van een monoloog die het oordelen voortdurend wil opschorten. Wie de tijd neemt om de Facebook-commentaren op nieuwsberichten te lezen weet dat we in een samenleving leven waarin sneller dan ooit gal wordt gespuwd en gul wordt gestrooid met giftige reacties over alles en iedereen. Zwart-wit- en wij-zijdenken overheersen. Voor Van Reybrouck is de theaterzaal een van die zeldzame plekken waar aandacht kan worden opgebracht voor de grijze zones.

 

Ruim twintig jaar na de missie in Somalië krijgen we de mislukkingen van het Westerse interventionisme nog elke dag op televisie gepresenteerd. De paradoxen van toen zijn nog steeds die van vandaag: als we willen interveniëren als Westerse mogendheid, hoe doen we dat dan zonder de chaos nog groter te maken? En hoe zorgen we ervoor dat een land stabiel blijft eenmaal de westerse steun is weggevallen? Het optimisme van grote campagnes als Live Aid of Band Aid 30 heeft vandaag plaats geruimd voor defaitisme. Het gevoel van wanhoop heeft ook de ontredderde Staelens in zijn greep. Eenmaal terug in België kon hij niet meer aarden in de Belgische samenleving. Net zoals bij Travis Bickle uit Taxi Driver nam de wrok de overhand. Niet alleen braken zijn familiebanden. Ook van zijn compagnons de route uit het leger hoorde hij nadien niet meer.

 

Wanneer de ex-militair na een avondje stappen naar huis wordt gebracht door een Somalische taxichauffeur breekt de veer. De Somaliër zegt trots te zijn op zijn land, een land waar warlords en drugdealers het al meer dan twintig jaar voor het zeggen hebben. Staelens beveelt hem daarop naar het Albertkanaal te rijden. De plek waar lang geleden ook zijn moeder de hand aan zichzelf sloeg. De zelfmoord van Staelens illustreert hoe gemakkelijke oplossingen – de keuze voor de dood - het defaitisme de wereld niet zal uit helpen.

 

Opmerkelijk: het einde dat op de planken wordt gebracht, verschilt van het slot in de theatertekst. Vanden Broecke en Ruëll (en Van Reybrouck?) hebben uiteindelijk geopteerd voor een ander slot. Wanneer de Somalische taxichauffeur Staelens aan de deur afzet en wegrijdt naar een volgende klant gaat die in het midden van de weg staan en salueert zoals het hem is aangeleerd in Marche-les-Dames: de rechterhand 45 graden naar beneden, vlak naast de wenkbrauwen en de duim gestrekt. Para besluit de chaos met een saluut. Het saluut, in militaire kringen hét symbolisch gebaar voor respect, wordt een appèl tot vergiffenis voor de beloftes die niet konden worden waargemaakt. Zijn saluut is tegelijkertijd een bekentenis voor de fouten uit het verleden en een moedig gebaar dat smeekt om mededogen.